Mensen

Over de Relativiteit van Ethiek, Evolutie en Gedrag

door Albert Prins

Intermezzo – Van relativisme naar handelen


Tot hier heeft dit boek overwegend een relativistische houding ingenomen. Ethiek wordt in dit boek niet beschouwd als een gegeven van buiten de mens, maar als een menselijk construct, mede gevormd door evolutie, cultuur en overlevingsdrang. Morele waarden zijn niet absoluut; zij variëren per samenleving, per tijdperk, per omstandigheid. Dit inzicht is niet cynisch bedoeld, het is een poging tot eerlijkheid.

Maar wie dit betoog tot het einde volgt, stuit onvermijdelijk op een vraag die niet langer omzeild kan worden: als ethiek relatief is, waarom zouden we dan überhaupt iets moeten doen? Waarom zou zorgvuldig omgaan met de aarde beter zijn dan haar uitputten? Waarom zou rechtvaardigheid verdienstelijker zijn dan willekeur? Is de relativist niet gedoemd tot passiviteit — of erger, tot onverschilligheid?

Dit is de klassieke tegenworp tegen elke vorm van moreel relativisme, en zij verdient een eerlijk antwoord.

Relativisme betekent niet: alles is even goed

Het erkennen dat morele waarden niet absoluut zijn, betekent niet dat alle keuzes gelijkwaardig zijn. Een relativist kan onderscheid maken tussen keuzes die, gegeven bepaalde menselijke doelen en waarden, bijdragen aan het voortbestaan en welzijn van mensen en ecosystemen, en keuzes die dat ondermijnen.

Een samenleving die haar bodem uitput, vergiftigt haar rivieren en haar lucht vervuilt, ziet dat op termijn terug in ziekte, honger en conflict. Dat is geen moreel oordeel, het is een empirische observatie. Vanuit de aanname dat wij menselijke samenlevingen willen laten voortbestaan en dat wij waarde hechten aan gezondheid, welzijn en een leefbare omgeving, kunnen we vervolgens zeggen dat keuzes die daaraan bijdragen functioneel beter zijn dan keuzes die deze mogelijkheden ondermijnen. Niet omdat een hogere macht het zo heeft bepaald, maar omdat de gevolgen ervan aantoonbaar kunnen worden onderzocht.

Daarmee maken we echter een belangrijk onderscheid. De feiten zelf schrijven niet voor wat wij zouden moeten willen. Zij laten zien welke gevolgen bepaalde keuzes hebben. De waardering van die gevolgen — bijvoorbeeld het verkiezen van gezondheid boven ziekte of voortbestaan boven vernietiging — blijft uiteindelijk een menselijke keuze.

Van beschrijven naar handelen

Dit boek heeft tot nu toe vooral beschreven: hoe de mens is geworden wie hij is, hoe moraal werkt, welke paradoxen schuilgaan in onze diepste idealen. De volgende hoofdstukken maken een stap verder. Zij vragen niet meer alleen wat de mens is, maar wat hij zou kunnen doen, gegeven alles wat hij over zichzelf weet.

Die stap is geen verraad aan het relativisme. Het is een mogelijke consequentie ervan. Juist omdat we in deze benadering geen hogere instantie aannemen die ons de weg wijst, komen de verantwoordelijkheid voor onze keuzes en de beoordeling van hun gevolgen bij mensen zelf te liggen. En juist omdat we moraal kunnen beschouwen als een instrument dat mede gevormd is door evolutie en cultuur, kunnen we proberen dat instrument bewust in te zetten. Niet om absolute waarheden te verkondigen, maar om samen te leven op een planeet die ons draagt.

De relativist hoeft daarom niet tot passiviteit of onverschilligheid te vervallen. Hij kan handelen vanuit de waarden die hij en zijn samenleving belangrijk vinden, en daarbij de gevolgen van verschillende keuzes zo goed mogelijk onderzoeken.

Het verschil is dat hij zijn voorkeuren niet hoeft te presenteren als universele, door een hogere macht gegeven waarheden. Hij kan zeggen: dit vinden wij waardevol, dit zijn de gevolgen die wij belangrijk vinden, en daarom kiezen wij ervoor hiernaar te handelen.