Enkele interessante uitspraken.
Een bekende anekdote die met Nietzsche wordt geassocieerd gaat als volgt: Nietzsche kijkt naar een koe en vraagt waarom zij zo gelukkig is. De koe lijkt te antwoorden dat zij niet denkt aan verleden of toekomst, maar alleen in het moment leeft. Tegen de tijd dat Nietzsche dit wil navertellen, is de koe het alweer vergeten.
De gedachte achter de anekdote is belangrijker dan de letterlijke vorm: het dier wordt niet gekweld door het menselijke vermogen om het verleden te herinneren en de toekomst te overdenken. De mens daarentegen draagt zijn verleden met zich mee en projecteert zichzelf voortdurend in de toekomst.
Übermensch is de naam, gebruikt door Nietzsche, voor de dappere mens die het leven volledig kan omarmen en zelf nieuwe waarden kan creëren.
De Übermensch is bij Nietzsche een ideaalbeeld van een mens die zichzelf weet te overstijgen en nieuwe waarden kan scheppen. Het begrip hangt samen met Nietzsche's kritiek op bestaande morele waarden en met zijn idee van zelfoverwinning.
De Übermensch zoekt de zin van het leven niet in een hiernamaals, of in een platoonse ideeënwereld, maar in het leven zelf. De Übermensch is dus geen superieur mensenras, zoals het soms wordt begrepen, maar een filosofisch ideaal en geen biologisch of raciaal ideaal.
‘De mens is een koord, geknoopt tussen dier en Übermensch, boven een afgrond’.
Deze uitspraak komt uit Also sprach Zarathustra (Thus Spoke Zarathustra), in de beroemde passage “Von den drei Verwandlungen” / “Over the Three Metamorphoses”.
In die zin kan de Übermensch worden gelezen als iemand die het bestaan niet probeert te ontvluchten via een hiernamaals of een vooraf gegeven metafysische betekenis, maar de aarde en het leven zelf als uitgangspunt neemt.
Bij Sartre is er geen vooraf gegeven menselijke essentie of doel. De mens bestaat eerst en geeft vervolgens door zijn keuzes en handelen vorm aan zichzelf en zijn leven. In die zin ontstaat betekenis niet vóór het leven, maar binnen het leven zelf.
Het leven heeft geen vooraf gegeven doel; betekenis ontstaat binnen het leven zelf.
Opmerkingen van Kant:
- "Men kan mensen geen filosofie leren; men kan hen hoogstens leren filosoferen.”.
- Kant omschrijft Verlichting als het uittreden van de mens uit zijn zelfverschuldigde onmondigheid. Zijn beroemde oproep daarbij is: Sapere aude! — “Durf je van je eigen verstand te bedienen.”