Mensen

Over de Relativiteit van Ethiek, Evolutie en Gedrag

door Albert Prins

Putra’s Bevindingen bij Enkele Podcasts


Introductie.

In deze appendix worden persoonlijke reflecties van Putra weergegeven naar aanleiding van twee beluisterde podcasts: een over Spinoza en een over David Haig. Zijn observaties vormen waardevolle illustraties van hoe klassieke en moderne ideeën over bewustzijn, ethiek, evolutie en betekenis zich tot elkaar verhouden.

Spinoza: Substantie, Denken en Impulsbeheersing

Naar aanleiding van een podcast over Baruch Spinoza (1632–1677) vat Putra enkele kernpunten samen, gecombineerd met eigen overwegingen:

a. Volgens Spinoza bestaat de werkelijkheid uit één substantie, die hij God of de Natuur (Deus sive Natura) noemt. De natuur is niet geschapen door een externe macht; zij is haar eigen oorzaak. Er is geen schepper nodig om haar bestaan te verklaren.

b. Spinoza onderscheidt in zijn Ethica drie soorten kennis:

Binnen Spinoza's filosofie neemt de rede een belangrijke plaats in bij het bereiken van adequate kennis. De intuïtieve kennis vormt daarbij een derde, hogere vorm van kennis.

c. Wie zijn ratio ontwikkelt, is minder afhankelijk van externe invloeden en impulsen. Hoewel Spinoza impulsen niet afwijst, waardeert hij rationeel handelen hoger handelen vanuit ongecontroleerde impulsen. Dat is begrijpelijk: rationele beslissingen zijn bij te stellen en te verbeteren. Ze bieden een leermogelijkheid die spontane reacties niet altijd geven.

Deze redenering leidt tot een interessante kanttekening: zijn dieren dan werkelijk niet in staat tot leren? Putra wijst op het voorbeeld van een hond die herhaaldelijk gefopt wordt met een bal. Na enkele pogingen herkent het dier het bedrog en weerstaat zijn impuls. Ook het trainen van dieren toont aan dat zij wel degelijk over een vorm van lerend vermogen beschikken. Putra vraagt zich daarom af of Spinoza dieren hiermee niet te weinig cognitieve vermogens toeschrijft.

d. Meditatie is volgens Putra een praktische manier om afstand te nemen van impulsen, in lijn met Spinoza’s streven naar innerlijke vrijheid via inzicht en zelfkennis.

David Haig: Genetica, Cultuur en de Evolutie van Betekenis

In een tweede podcast bespreekt David Haig (2020) de evolutie van betekenis, van Darwin tot Derrida. Putra vat de belangrijkste inzichten als volgt samen:

a. Haig bespreekt hoe eigenschappen die in het verleden samenhingen met voortplantingssucces in een veranderde culturele omgeving een andere evolutionaire betekenis kunnen krijgen. Anticonceptie heeft bijvoorbeeld de relatie tussen seksueel gedrag en voortplanting sterk veranderd. Daardoor kunnen eigenschappen die ooit mede met voortplantingssucces samenhingen, onder moderne omstandigheden andere gevolgen hebben.

b. Genen worden via beide ouders doorgegeven, maar hun effecten kunnen verschillen afhankelijk van de genetische en ontwikkelingscontext waarin zij tot expressie komen. Haig gebruikt dergelijke verschillen om te laten zien dat genetische informatie niet losstaat van de context waarin zij wordt gebruikt.

c. Niet alle menselijke keuzes en betekenissen zijn volledig verklaarbaar vanuit chemie of fysica. Dat jij besluit een podcast te delen en een ander daarop reageert, laat zien dat menselijke betekenisgeving niet volledig wordt beschreven wanneer we alleen de onderliggende chemische en fysische processen beschrijven.

d. Vanuit een gen-gecentreerd evolutionair perspectief kan het voortbestaan van genetische varianten worden verklaard vanuit hun vermogen om via organismen te worden doorgegeven. Dat betekent echter niet dat een organisme, als drager van die genen, zich per definitie egoïstisch gedraagt. Altruïstisch gedrag kan onder bepaalde omstandigheden juist bijdragen aan het voortbestaan van genetische varianten.

e. Dankzij taal en andere cognitieve vermogens hebben mensen bijzonder complexe culturen ontwikkeld. Hierdoor kunnen wij ons gedrag expliciet bespreken en kaderen als wenselijk of onwenselijk. Dat geeft menselijke samenlevingen een sterk ontwikkelde morele dimensie, hoewel ook bij andere diersoorten vormen van sociaal, coöperatief en empathisch gedrag voorkomen.