De grenzen van objectiviteit
Kernzin:
We kunnen proberen onze menselijke vooroordelen zoveel mogelijk zichtbaar te maken,
zonder te doen alsof we ze volledig kunnen verlaten.
TREBLA:
Ons uitgangspunt is de bestaande werkelijkheid: de verschijnselen van de wereld, waarbij we ons,
in zekere zin, aansluiten bij de fenomenologie van onder anderen Edmund Husserl (1859–1938). Zoals al
benadrukt, moeten we onze vooringenomenheid uitschakelen en het samenspel van alles
op aarde zo neutraal mogelijk aanschouwen.
Dat is moeilijk, omdat we zelf onderdeel zijn van het systeem dat we bestuderen. Onze gedachten worden gevormd door cultuur, opvoeding en ervaring.
We moeten dus proberen ons los te maken van ons eigen mensbeeld en de wereld te bekijken alsof we er geen deel van uitmaken; zoals een toeschouwer die naar een mierensamenleving kijkt.
Dit is vergelijkbaar met de manier waarop de stoïcijnse filosoof Epictetus (ca. 50–135 n.Chr.) naar de wereld keek: met kalme afstandelijkheid en aanvaarding van wat zich aandient. Hoewel Epictetus dit vooral zag als een levenshouding en niet als een wetenschappelijke methode, raakt hij aan hetzelfde fundamentele principe: het opschorten van een onmiddellijk oordeel.
We kunnen levende systemen waarnemen waarin individuen samenwerken om te overleven, maar ook systemen waarin individuen elkaar doden om te kunnen overleven. Als we deze systemen werkelijk willen begrijpen, moeten we de verleiding weerstaan om ze te beoordelen vanuit onze eigen menselijke normen en waarden.
Ons doel is niet om te prijzen, te veroordelen of in te grijpen, maar om waar te nemen. Alleen dan kunnen we beginnen te begrijpen hoe het systeem zich heeft ontwikkeld tot wat het vandaag is.
ALEX:
Dat klinkt eenvoudig, maar is waarschijnlijk moeilijk in de praktijk.
TREBLA:
Inderdaad. Veel denkers hebben een bepaald beeld van de menselijke natuur. Sommigen
sluiten aan bij de visie van Thomas Hobbes (1588–1679), die de mens beschouwde als
sterk gericht op zijn eigen behoud en belangen. Volgens Hobbes is samenwerking
tussen mensen mede noodzakelijk omdat individuen elkaar nodig hebben om zich te
beschermen en te overleven, wat uiteindelijk leidt tot het sociale contract.
Anderen, zoals Jean-Jacques Rousseau (1712–1778), benadrukten juist dat de mens
van nature niet noodzakelijk kwaadaardig of agressief is en dat mededogen een
belangrijk onderdeel kan zijn van de menselijke natuur. Volgens Rousseau ontstaat
veel van wat wij als moreel problematisch beschouwen juist onder invloed van
sociale omstandigheden en onderlinge vergelijking.
Beide benaderingen vertrekken vanuit een bepaald uitgangspunt over de menselijke natuur. Maar als we werkelijk zo objectief mogelijk willen zijn, zouden we eerst moeten proberen de mens te beschouwen als één van de vele diersoorten binnen een groter systeem, zonder vooraf aan te nemen dat de mens van nature goed of slecht is.
ALEX:
Dus niet oordelen, maar observeren?
TREBLA:
Precies. Begrijpen in plaats van beoordelen.
Het systeem aarde, met zijn natuur en levende wezens, verandert voortdurend. Toch blijven bepaalde processen en relaties binnen het systeem bestaan. Wanneer omstandigheden veranderen, reageren onderdelen van het systeem daarop, soms door natuurlijke processen en soms door menselijk ingrijpen. Die processen kunnen leiden tot een nieuw dynamisch evenwicht, maar dat hoeft niet noodzakelijk hetzelfde evenwicht te zijn als daarvoor.
Het voortbestaan van het systeem als geheel betekent bovendien niet dat alle onderdelen ervan blijven bestaan. Soorten kunnen verdwijnen, ecosystemen kunnen veranderen en nieuwe toestanden kunnen ontstaan. Het feit dat de aarde als systeem blijft functioneren, biedt daarom geen garantie dat de mens daar op langere termijn onderdeel van zal blijven.
ALEX:
Wacht, bedoel je dat de natuur ons gewoon kan… overbodig maken?
TREBLA:
Dat is een gedachte die de geschiedenis van het leven goed illustreert. Meer
dan 99% van alle soorten die ooit hebben bestaan, zijn uitgestorven. Het
verdwijnen van soorten betekent echter niet noodzakelijk dat het systeem
als geheel ophoudt te bestaan; nieuwe soorten en nieuwe ecologische
verhoudingen kunnen ontstaan. Een nieuw evenwicht is niet per definitie een
menselijk evenwicht.
ALEX:
Dat is een ontnuchterende gedachte.
TREBLA:
Ontnuchterend, ja. Maar ook bevrijdend. Want als we de mens zoveel mogelijk loslaten
als middelpunt, kunnen we proberen de werkelijkheid te zien zoals ze is, en niet
alleen zoals wij zouden willen dat ze is. Dat is de eerste stap naar
werkelijk begrijpen.
We moeten eerst begrijpen hoe de mens überhaupt geworden is tot wat hij nu is.