Focus op groep of individu
Kernzin:
De mens is evolutionair gevormd om zijn eigen overleving en voortplanting te bevorderen,
waarbij samenwerking met anderen onder veel omstandigheden de overlevingskansen van het
individu vergroot.
TREBLA:
Hierboven hebben we de menselijke soort beschouwd als onderdeel van het totale systeem.
Men krijgt soms de indruk alsof menselijke wezens verantwoordelijk zouden zijn voor het totale
systeem. Maar als we naar het gedrag van menselijke wezens kijken, lijkt het erop
dat evolutionaire processen hebben bijgedragen aan sterke drijfveren gericht op
zelfbehoud en voortplanting. Wanneer veel mensen vanuit dergelijke drijfveren handelen,
kan dat tegelijkertijd bijdragen aan het voortbestaan van de groep.
ALEX:
Hoe ligt de balans tussen het streven naar eigen overleving en het ondersteunen van de groep?
TREBLA:
Een persoon richt zich op zichzelf en op de groep waartoe hij behoort. Wat is
zijn relatie met de groep? Is hij vooral gericht op de groep als geheel, of op
de afzonderlijke individuen binnen die groep?
Bijvoorbeeld op de basisschool maakt een persoon deel uit van een groep en probeert hij geaccepteerd te worden door de groep, dat wil zeggen door de meeste individuen in de groep. Vervolgens gaat hij naar de middelbare school waar hij deel uitmaakt van een nieuwe groep en opnieuw zal hij zijn best doen om geaccepteerd te worden door de leden van die nieuwe groep. Blijft de band met de eerste groep, die van de basisschool, daarna even sterk? Dat zou kunnen, maar in het algemeen zal hij zijn uiterste best doen om een geaccepteerd lid van de nieuwe groep te zijn.
Hetzelfde zal gebeuren op de universiteit of op het werk. Het zou zelfs kunnen zijn dat hij naar een ander land emigreert en opnieuw zal er een groep zijn waarin hij probeert te integreren.
Daarom lijkt het aannemelijk dat de focus zowel op het individu zelf als op het deel uitmaken van en geaccepteerd worden door een groep kan liggen; dus min of meer onafhankelijk van de specifieke samenstelling van die groep. De persoon probeert zijn overlevingskansen te optimaliseren en kan daarbij, bewust of onbewust, afhankelijk worden van samenwerking en acceptatie binnen een groep. De mens is daarbij evolutionair sterk afhankelijk geworden van samenwerking met anderen; zijn overleving kan daarom moeilijk los worden gezien van zijn sociale omgeving. En dat geldt uiteraard wederzijds voor alle leden van die groep.
De focus lijkt dus minder te liggen op specifieke personen en meer op het behoren tot een groep als sociale structuur.
ALEX:
En de relatie met de aarde?
TREBLA:
Laten we aannemen dat er meer βaardseβ planeten zijn in het heelal, met alle benodigdheden
voor mensen om een comfortabele omgeving te bieden. Zouden we zoveel waarde hechten
aan onze Aarde en haar dieren dat we nooit naar een andere aarde zouden migreren,
zelfs als de omstandigheden hier sterk verslechteren? Als we naar die andere planeet
zouden migreren, zouden we dan, zoals Noach in het Bijbelse verhaal, proberen alle
dieren met ons mee te nemen? In vele gevallen is dit praktisch niet mogelijk en beperkt
men zich tot zichzelf en de dichtstbijzijnde dierbaren. Het is denkbaar dat we, zodra de
omstandigheden op aarde sterk verslechteren, of zelfs daarvoor al wanneer een alternatief
beschikbaar komt, zouden proberen te migreren, misschien samen met onze dierbaren, naar de
andere planeet. We zouden dan opnieuw beginnen, zoals iemand die naar een ander land emigreert.
Dat zou kunnen gebeuren ondanks onze verbondenheid met de aarde en haar dieren.
Opnieuw zien we:
- het individu vormt het primaire biologische uitgangspunt
- de groep kan een belangrijk middel zijn om het individu te ondersteunen
Maar dit onderscheid roept een diepere vraag op.